Met de uitvinding van de lithografie in 1796 konden mensen grote en kleurrijke posters drukken. Kunstenaars zoals Chéret, Steinlen, Mucha en Toulouse-Lautrec maakten van posters echte kunst. Het waren niet alleen reclameposters of aankondigingen, maar mooie beelden voor op straat. Door hun felle kleuren en sierlijke letters maakten ze de stad levendiger, alsof het een openluchtmuseum was. Posters verbinden kunst met het dagelijks leven. Ze laten zien wat mensen willen verkopen, maar ook wat ze willen zeggen of protesteren. Soms zijn ze er maar kort, maar toch blijven ze belangrijk. Samen vertellen posters het verhaal van de stad, een verhaal dat steeds verder gaat met elke nieuwe poster aan de muur.